Tekstschrijver zorg en welzijn utrecht, steven van der jagtDoor omslachtig en afzwakkend taalgebruik verzwak je je eigen boodschap. En dat is zonde. Omslachtigheid sluipt al snel in je tekst. Deze drie werkwoorden kun je vrijwel altijd weglaten. Zo kom je krachtiger over op je lezer.

  1. Richten op… Ik richt mij op het repareren van uw fiets. Oh, denk ik als ik dit lees. Hoe doe je dat dan? Repareer je die fiets zelf? Laat je een ander de fiets repareren? Lees je er veel boeken over? Allemaal vormen van je richten op het repareren van fietsen. Vertel gewoon wat je doet. Niet meer en niet minder.
  2. Kunnen. Ik kan uw fiets repareren. Lijkt me wel, ja. Want daarom sta ik hier nu bij je, met mijn kapotte fiets? Of ben je daar toch niet zo zeker van? Er klinkt twijfel in door. En dat wil ik niet, want ik wil de zekerheid van een gerepareerde fiets. Weg met kunnen dus.
  3. Willen. Ik wil uw fiets repareren. Ja, daar ben je ook voor. Je biedt jezelf aan als fietsenmaker, dus ik mag aannemen dat er enige motivatie is. Ik breng mijn fiets niet graag bij een reparateur die dan weer wel dan weer geen zin heeft. En al wil je niet, dan nog verwacht ik een reparatie van kwaliteit. Je hebt immers voor het beroep gekozen. Willen geeft de indruk van grilligheid. Standvastigheid is beter. Weglaten dus.
  4. Zullen.  Ik zal uw fiets repareren. Op een of andere manier heeft het werkwoord zullen de klank van een verre toekomst in zich. Tenminste, zo ervaar ik het. Ik wil mijn fiets niet in een verre toekomst gerepareerd hebben, nadat alle voorgaande fietsen geweest zijn. Ik wil het zo snel mogelijk. Zullen is onnodig zinnen vullen.

Houd het kort maar krachtig. Ik repareer uw fiets. Dat is vastberaden, zonder enige terughoudendheid.

Kort, krachtig en toch levendig. Dat zijn de teksten die ik voor je schrijf. Zoek je een betrouwbare, nieuwsgierige partner voor frisse storytelling, treffende  SEO-teksten of andere diensten?

Neem contact op met mij!