Fouten als beginnend zelfstandig tekstschrijver/zzp'erVol goede moed begin je als zelfstandig tekstschrijver. Ongetwijfeld heb je je ingelezen en laten informeren door ervaren collega’s. Je weet misschien al iets over de valkuilen waar je als beginner in kunt trappen. Maar het is onvermijdelijk: je zult fouten maken. In dit blog lees je over de uitglijders die ik maakte in mijn eerste jaren. Ik leerde ervan. Doe er je voordeel mee!

1. Te lage prijzen 
De klassieke fout van de beginnende tekstschrijver. Ik zat op een bodemtarief van € 40 per uur en nog zwichtte ik voor ieder verzoek om lager te gaan. Alles onder het mom ‘investeren voor later’.

Daar werd ik niet gelukkig van. Ik voelde me een slaaf. Dus gooide ik het over een andere boeg. Ik stapte over op projectprijzen. Het waren prijzen die recht deden aan mijn werk en die niet meer onderhandelbaar waren. Sommige klussen -zoals eindredactie- zijn niet geschikt voor projectprijzen, dus hiervoor houd ik nog een uurprijs aan. Maar die ligt flink hoger dan de bodemprijzen van vroeger.

Natuurlijk moet je niet meteen op een toptarief van boven de € 100 per uur zitten. Maar gun jezelf een fatsoenlijke beloning. Met een te lage prijs doe je jezelf op alle fronten tekort. Je inkomsten zijn te laag, je verziekt de markt en je zendt een signaal uit naar de opdrachtgever: ik ben niet meer waard dan deze prijs.

2. Te vroeg juichen
Yes! Een offerteaanvraag. En wat voor één. Een klus die me op het lijf geschreven was, hier deed ik het voor! Enthousiast schreef ik een uitgebreide offerte, en verstuurde die nog dezelfde dag. De motivatie en vakmanschap die ervan afstraalden, dat kon niet misgaan! In mijn enthousiasme vertelde ik mijn vrouw al over de mooie klus die in het verschiet lag.

En toen was daar de ‘nee’ in mijn mailbox. En stond ik in één klap weer met beide benen op de grond. Oh ja, dat kan dus ook. Ze kunnen je offerte afwijzen.

Juich niet te vroeg, je hebt de opdracht pas binnen als de offerte akkoord is.

3. Afwachten
De offerte was de deur uit. Het wachten kon beginnen. Dag 1: geen antwoord. Kan gebeuren, het is pas de eerste dag. Dag 5: nog niets. Ze zullen hem toch wel ontvangen hebben? Dag 10: oorverdovende stilte. Het begint nu wel erg lang te duren. Maar hee, ik moet geduld hebben. Want de offerte is 30 dagen geldig. Dag 20: Wat moet ik nu? Moet ik er nog rekening mee houden? Nog tien dagen, geef de moed niet op. Dag 29: ik vrees dat het er niet meer in zit.

Wacht niet af, maar blijf pro-actief. Na een paar dagen geen reactie? Vraag of je mail in goede orde ontvangen is. Blijft antwoord dan uit, bel dan. Wees geen stalker, mail/bel geen dagen achter elkaar. Maar wacht geen weken af.

4. Vage afspraken
Ik was benaderd voor een webtekst. De briefing verliep niet zo lekker. Eigenlijk wist mijn prospect nog niet helemaal wat hij wilde. Wie was nou precies die doelgroep? En wilde hij nou A doen, of was het beter om ook B te doen? Hij was er nog niet uit. En ik had onvoldoende basis om te schrijven.

‘Weet je wat?’ zei ik, ‘denk er nog even over. We nemen er later nog contact over op.’ Een maandje later nam ik contact op. Hij had inmiddels een andere tekstschrijver gevonden.

Ik had een veel te vage en vrijblijvende afspraak met hem gemaakt. Wil je de klant vasthouden, maak dan échte afspraken. Leg een datum en tijdstip vast waarop je weer contact opneemt. Dan kweek je commitment van twee kanten.

5. In stilte werken
Ik nam de opdracht aan en ging aan de slag. Ik vertelde weinig vooraf, niet wat ik precies ging doen en hoe ik de taak zou aanpakken. Tussendoor hadden we geen contact. Enkele weken later stuurde ik de tekst naar de klant. Die antwoordde dat hij inmiddels met een andere tekstschrijver werkte. Hij betaalde me nog voor de gedane moeite, maar ik was hem kwijt.

Wat ging er mis? Terwijl ik zwoegde, verkeerde hij in onzekerheid. Wat is die schrijver toch aan het doen? Is dit wel een echte professional en hoe kan ik dat weten? Ik had de opdracht aangenomen, maar niets laten doorschemeren. Geen plan van aanpak, geen enkele vorm van contact tijdens het schrijfproces. Hij moest er maar op vertrouwen dat het goedkwam.

Mijn les hieruit: wees open naar je klant over wat je doet. Gun hem/haar een blikje in je keuken en houd contact als je bezig bent.

6. Alles aannemen
Het kwam allemaal op me af toen ik begon als tekstschrijver. Webteksten, persberichten, journalistieke artikelen, eindredactie. Ik was lang niet in alles ervaren, maar nam toch iedere opdracht aan. Ik waande mij Pippi Langkous (‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’). En had ik geen tijd? Dan zei ik toch ja. Want de opdrachtgever mocht eens een slechte indruk van mij krijgen.

Soms had de Pippi in mij gelijk. Maar soms ook niet. Dan haalde ik avonden door met te veel werk of werk waar ik diep ongelukkig van werd. Na een tijdje kreeg ik in de gaten waar mijn talenten lagen en waar ik blij van werd. En ik woog iets nieuws mee in mijn beslissing om met een opdrachtgever in zee te gaan: sta ik wel achter wat deze persoon doet?

Neem niet alles aan. Let op je grenzen, je hebt ook nog een leven naast je werk. En doe alleen waar je blij van wordt.

7. Gratis proefopdrachten
‘We willen een indruk krijgen van hoe je schrijft, en daarvoor willen we vragen een proeftekst te schrijven.’ ‘Maar die indruk kun je ook krijgen door naar mijn portfolio te krijgen’, wierp ik tegen. ‘Ja, maar we willen weten hoe je voor ónze doelgroep schrijft.’

Ik deed het. De tekst werd afgewezen, en daarmee verdween de kans op een samenwerking. Een paar weken later keek ik eens op de site van deze prospect. Daar trof ik mijn tekst aan. Ik stuurde een factuur, en het was nog een pittige strijd om die uitbetaald te krijgen.

Niet iedere opdrachtgever die om een gratis proeftekst vraagt, zal je zo bedotten zoals mij is overkomen. Toch raad ik iedereen af om een onbetaalde proefopdracht te doen. Je vraagt immers ook geen gratis proefbrood van de bakker. Zo simpel is het.

Betaalde proefopdrachten doe ik nog wel. Omdat ik er dan ook bij afwijzing nog iets aan overhoud. Maar gratis werken doe ik onder geen enkele voorwaarde.

8. Te vage briefing
‘Iets over depressie bij ouderen.’ Dat was de opdracht. Daar kun je veel kanten mee op. Maar: ik was de schrijver, dus ik was er vrij in.

Uiteindelijk was de opdrachtgever ontevreden. Want ik had onvoldoende de nadruk gelegd op het bewezen effect van de behandeling X bij depressieve ouderen.

Ik had niet gevraagd naar het doel van de tekst. Zelfs niet naar de doelgroep. Ik deed maar iets bij gebrek aan informatie.

Nu brief ik uitgebreid. Wat is het doel van de tekst? Wie leest hem? Wat is het genre? Heb je informatie over het onderwerp? En ik neem niet snel genoegen met antwoorden. Ik ga door tot er geen onduidelijkheden meer zijn, tot er geen ‘iets met’ of ‘iets over’ meer is.

9. Aandacht besteden aan fake prospects/offertehoppers
Ze sturen mails met als aanhef ‘Beste’ of ‘Hey’. Je naam noemen ze niet. Het mailtje is kort en afgeraffeld, maar het lijkt alsof ze interesse hebben in wat je doet.

In mijn verlangen naar klanten ging ik als naïeve beginneling nog gewoon op deze mails in. Een antwoord bleef daarna standaard uit. Dat is niet gek. Deze mensen hadden helemaal geen belangstelling voor mij. De mail was naar tientallen mensen gestuurd.

Verdoe je tijd niet aan deze pipo’s. Laat ze lekker, je hebt wel iets beters te doen.

Door schade en schande ben ik wijs geworden. En ik leer nog altijd, want de allergrootste fout die je kunt maken, heb ik hierboven nog niet eens vermeld: denken dat je ‘af’ bent en niet meer verder hoeft te ontwikkelen. Mocht je na dit verhaal benieuwd zijn naar mij en wat ik voor jou kan betekenen, dan kun je contact opnemen via het contactformulier. Of bel me, want de beller is sneller. Wie weet wat we voor elkaar kunnen betekenen!

Neem contact op met mij!

Foto: Brett Jordan op Unsplash.